Aan de andere kant van de tafel
Wanneer je als hulpverlener zelf een keer hulp nodig hebt
Ik ben zelf hulpverlener; ik ken de protocollen, de gespreksmodellen, de interventies.
Ik wéét hoe belangrijk veiligheid is.
Ik wéét hoe belangrijk kijken en luisteren voorbij gedrag is.
Maar vandaag zat ik aan “de andere kant van de tafel”, in mijn geval een tandartsstoel. En ondervond ik weer eens aan den lijve wat wij professionals nogal eens vergeten:
“Niet de cliënt moet zich aanpassen aan de hulpverlening, de hulpverlener moet de vertaalslag maken.”
Hun tempo en taalgebruik zijn het vertrekpunt.
Hun lichaam, hun angst, hun geschiedenis, ook als ze zelf niet kunnen verklaren waar het vandaan komt, vormen de basis.
Hun stress maakt dat zij zich niet veilig voelen.
Hun paniek maakt dat ze niet altijd helder kunnen denken.
De vertaalslag ligt bij hulpverleners.
Wij zijn degenen met de kennis, de woorden, de tools.
Wij zijn degenen die kunnen afstemmen, vertragen, verhelderen.
Wij zijn degenen die kunnen kiezen voor ruimte en openheid.
Voor nieuwsgierigheid en oprecht interesse.
Voor erkenning, voor echt horen en zien.
Terug naar mijn voorbeeld
Jarenlang ging ik braaf twee keer per jaar voor controle naar de tandarts. Zolang ik me kan herinneren was ik daar heel bang voor.
Met zweet in mijn handen en een droge mond nam ik plaats in de stoel. Ik heb veel verschillende tandartsen gezien in mijn leven en de angst is nooit echt minder geworden, ondanks het feit dat ik nauwelijks iets aan mijn gebit had. Waar die angst vandaan komt? Ik weet het niet. Ik kan niet echt iets aanwijzen. Maar mijn lichaam….is het niet vergeten.
Toen deed de mondhygiënist zijn intrede
Waar eerder de tandarts het kleine beetje tandsteen verwijderde, moest dat ineens gedaan worden door een mondhygiënist.
Niet mijn keuze, niet mijn tempo, niet mijn comfort.
Ik ging er braaf een aantal keer in mee, tot het moment dat ik er genoeg van had dat ik na elke behandeling maandenlang pijn had en elke keer het gevoel had dat mijn tanden een rondedansje hadden gedaan.
Ik miste vooral begrip, menselijkheid en eigen regie.
Ik had er genoeg van behandeld te worden alsof mijn emoties niet relevant waren. Alsof ik slechts een gebit was.
Dat ging een aantal jaren goed, tot ik last kreeg van ontstekingen, loszittende kiezen en pijn. Het was onvermijdelijk, ik moest terug want ik wilde niet nog meer schade oplopen.
Ik ben het aangegaan. Met angst en weerstand. Want ik voelde me kwetsbaar – en dat is wat we als mens vaak het moeilijkst vinden om toe te geven.
Maar er gebeurde deze keer iets anders
Tijdens de behandeling werd ik écht gehoord.
Ik werd gezien als mens, met een verhaal.
Niet als lastig, niet als overdreven, niet als patiënt nummer zoveel.
Mijn angst werd erkend, niet weggewoven.
Mijn lichamelijke reacties werden begrepen, niet veroordeeld.
Dat maakte de behandeling niet leuker of prettiger, maar gaf mij steun en rust.
Wat ik ervaren heb
De ruimte die ik heb ervaren om te zijn wie ik ben, met mijn angst.
De openheid die ik heb ervaren doordat er geen oordeel was.
De nieuwsgierigheid die ik ontmoette naar mijn persoon.
De duidelijkheid die ik mocht uiten en die gerespecteerd werd.
Dát is hulpverlening.
Dát is wat ik iedereen gun.
Vandaar dat ik me inzet om inzichten te geven, bewustwording te creëren en hulpverleners te trainen in het blijven zien, horen en erkennen van patiënten en cliënten.
Hulpverlening is niet wat je weet.
Hulpverlening is niet wat je doet.
Hulpverlening is vooral HOE je het doet.
En dat wordt weer eens duidelijk als je zelf in een stoel ligt, zoals vandaag.
Terug naar overzicht