Ervaringsverhalen

SIEN

Sien is een vrouw van 39 met een matige verstandelijke beperking en autisme. Ze roept vaak “nee” op luide toon en haalt uit naar andere bewoners en begeleiding. Ze is eisend in haar communicatie met begeleiding en dat roept irritatie op. Er is op de woning een dienstenbord met foto’s voor de dag en avonddienst en Sien kijkt daar vaak op. Vanaf vrijdag is Sien boos en eist dat ze naar haar familie gaat. Dit houdt pas op als degene die avonddienst heeft op zaterdag op de woning komt. Dan is voor haar duidelijk dat ze de volgende dag gaat. Bij de ene begeleider vertoont ze het gedrag minder dan bij de ander. Ze is onvoorspelbaar en mensen zijn op hun hoede rondom haar. Ze loopt vaak doelloos rond in de woning.
Probleem: na observatie blijkt dat Sien veel onduidelijkheid ervaart, ze heeft geen inzicht in de dagen van de week en ze oogt vaak gespannen. Er ontstaan schermutselingen omdat Sien iets in haar hoofd heeft en dat moeilijk kan loslaten. Begeleiding kan die gedachten verbaal niet ombuigen en Sien komt vaak dreigend over. Tegelijkertijd blijkt tijdens de observatie dat de manier van benaderen verschil maakt in haar gedrag. Bij begeleiders die rustig, duidelijk en met humor begeleiden is Sien meer ontspannen en accepteert ze meer.

Sien blijkt informatie te halen uit de foto’s op het dienstenbord.

Oplossing:  We zijn aan de slag gegaan met begeleiding, we hebben een teamoverleg georganiseerd waarbij de benadering van Sien is besproken en ervaringen zijn uitgewisseld. Er zijn afspraken gemaakt over de manier waarop begeleiders communiceren met Sien. Korte zinnen, eenvoudige opdrachten, ondersteunende gebaren en het uitstralen van rust in de benadering. Contactmomenten die gericht zijn op ontspanning.

Daarnaast komt er een bedjesschema in de woonkamer met foto’s waarop Sien kan zien hoe lang het nog duurt voor ze naar huis gaat. Elke dag wordt er een bedje weggestreept, zodat ze inzicht krijgt.

Verder krijgt ze een eigen plek van waaruit ze de omgeving vanachter een tafel kan observeren met activiteiten waar ze rustig van wordt. Het bladeren in tijdschriften en het bekijken en benoemen van foto’s hebben een gunstige invloed op haar gemoedstoestand. Ze staat dan meer open voor de mensen om haar heen en kan genieten van grapjes. Op die manier heeft ze een mogelijkheid in handen om zichzelf te beschermen bij onrust en kan ze zelf kiezen voor deelnemen aan het groepsgebeuren of het van een afstand beleven.

Belangrijkste winst:
Binnen een maand is Sien rustiger, ze begrijpt het bedjesschema snel en gaat er zelf naar toe om te kijken. Het vragen om bevestiging wordt minder. In het begin zit Sien veel achter de tafel en beleeft het groepsgebeuren van een afstand. Alleen voor het eten komt ze er bij zitten. Steeds vaker zien begeleiders Sien dichterbij komen en genieten van de interacties, soms doet ze ook mee.  Het avond ritueel is aangepast zodat er meer tijd ontstaan is voor het doornemen van de dag en begeleiding merkt dat Sien daar meer ontspannen van wordt.

Begeleiding let nu meer op hun eigen houding en merkt dat het nemen van tijd een positief effect heeft op Sien. Verder is ze makkelijker om te buigen als ze boos is en laat ze minder dreigend gedrag zien.

MARIE:

Marie is een vrouw van 54, ze is doof en heeft autisme. Ze gebruikte wel wat eigen gebaren om steeds opnieuw bevestiging te vragen dat iets door zou gaan en een groot deel van de dag schreeuwde ze en gooide ze met stoelen. Tijdens het eten tussen de middag was ze volledig gericht op het zo snel mogelijk eten van drie boterhammen en als ze klaar was, begon ze te schreeuwen. Ze eiste door druk gebaren het beleg en als het niet snel genoeg kwam, begon ze te schreeuwen.

Probleem: na observatie blijkt dat Marie met name op woensdag en vrijdag duidelijkheid wil. Dat zijn de dagen waarop het naar de markt gaan en het zwemmen gaan gebeuren en zij weet niet of het doorgaat of niet. Tegen haar vertellen met gebaren dat het niet kan doorgaan levert frustratie op en ze is dan de hele ochtend onrustig. Tijdens het eten is ze in zichzelf gekeerd en gericht op het bevredigen van haar behoeften en als dat gebeurd is, wil ze weg. Het valt op dat Marie op het fotobord kijkt en soms ook met foto’s iets duidelijk probeert te maken.

Oplossing:  We hebben van de twee activiteiten die onrust geven foto’s gemaakt en zijn die samen met Marie op het planbord gaan hangen; als de activiteit niet door kon gaan, kwam er een rood kruis overheen. Voor het eten kwam er een mandje met drie boterhammen, zodat ze kon zien wanneer ze klaar was, dan mocht ze ook opstaan. Er is ook een placemat met foto’s van beleg gekomen, waarop ze kon aanwijzen wat ze wilde. Hier zijn begeleiders consequent mee aan de slag gegaan.

Belangrijkste winst: Marie begreep de foto’s en rode kruizen vrij snel, kwam ook vragen als begeleiding ze vergat op te hangen en ondanks dat ze nog protesteerde, nam het schreeuwen en gooien met stoelen af. De aanpassingen om rust tijdens het eten te verkrijgen, duurde langer; Marie bleef het moeilijk vinden om rustig te eten en het duurde een maand of drie voor ze het geduld op kon brengen om na aanwijzing te vragen om beleg. Toch werd het rustiger aan tafel, omdat ze meer inzicht had in wat er van haar verwacht werd.

JAN:

Jan is een man van 34 met het syndroom van Down. Hij zat het grootste deel van de dag achter een bak met papiersnippers omdat niemand hem in beweging kon krijgen. Vaak liet hij zich op de grond zakken als hij van de ene naar de andere ruimte begeleid werd. Het was elke keer een uitdaging of hij mee wilde lopen of niet.

Probleem: uit observatie bleek dat hij met name niet mee liep op momenten dat hem niet duidelijk was wat er ging gebeuren. De dagelijks terugkerende momenten leverden geen problemen op, maar het verplaatsen naar een andere ruimte om daar een activiteit te doen wel.

Oplossing: we zijn gestart met het inzetten van de snipperbak als verwijzer voor overgangen. Tussen activiteiten door kreeg hij de snipperbak om duidelijk te maken dat er een andere activiteit zou volgen. Verder gaven we hem drie bakjes met gebruiksvoorwerpen, 3 activiteiten rondom vaste momenten. Van links naar rechts: activiteit, snippers, koffie, snippers, activiteit. Waarbij we begonnen met activiteiten die hij op zijn vaste plek kon doen. Hij werd actiever en liet meer variatie zien in wat hij deed. De volgende stap was “fietsen”. We introduceerden een mini rood fietsje (hij reageerde positief op de kleur rood). Om te fietsen moest hij opstaan en mee naar buiten lopen.

Belangrijkste winst: Jan kreeg meer activiteiten tot zijn beschikking, werd actiever en liep makkelijker mee naar andere ruimten.

Het mooiste moment was dat hij het fietsje aangeboden kreeg, opstond en meeliep naar de kapstok. Begeleiding gaf hem zijn jas, hij pakte hem aan en gaf hem netjes weer terug. Op zijn manier gaf hij aan dat hij geen zin had om te gaan fietsen! Langzaam maar zeker zijn we meer activiteiten met voorwerpen gaan verwijzen en hij liet zich nauwelijks meer op de grond zakken. Bijvoorbeeld: een zakje soep om aan te geven dat hij soep ging maken in de keuken gaf hem genoeg informatie om mee te lopen, waarbij hij liet zien te weten wat hij ging doen door in de goede richting te lopen.

JOOST

Joost is een man van 24 met het Fragiele X-syndroom en een matige verstandelijke beperking. Hij werd geregeld erg gespannen. Hij begon dan op zijn hand te bijten en te schelden en hij liep weg.

Probleem: volgens begeleiding liep Joost steeds weg en als ze hem dan terug naar de groep haalden, werd de situatie meer gespannen. Op een gegeven moment deed hij niets meer, zat hij het liefst op zijn kamer en werd het een probleem om hem nog activiteiten te laten doen.

Oplossing: na observatie bleek dat Joost gespannen werd van veel mensen om zich heen, hij verloor het overzicht en ging vooral in de keuken zitten. Begeleiders haalden hem dan terug, door streng tegen hem te praten en hem soms ook mee te nemen, daarop ontstond nog meer spanning, waarbij Joost begon te schelden en op zijn hand te bijten. Het lukte op een gegeven moment zelfs niet meer om hem zover te krijgen te gaan douchen en tandenpoetsen. We zijn begonnen met kijken of Joost in staat was zichzelf gerust te stellen en zelf weer te ontspannen. Als hij wegliep, liet begeleiding hem gaan en hield een oogje in het zeil maar greep niet in. Al snel bleek dat Joost terug kwam naar de groep als hij gekalmeerd was. Vervolgens zijn we gaan kijken wat zijn spanning opriep en het werd duidelijk dat veel mensen en drukte om hem heen, maakten dat hij het overzicht kwijtraakte en in paniek raakte. Om hem te helpen, zijn we gebruik gaan maken van een emotiemeter. Door de dag heen, liet begeleiding de emotiemeter zien en liet hem aanwijzen hoe het was, ze benoemden dan zijn gevoel en gingen door met de dagelijkse routine. Hierdoor leerde Joost al snel dat begeleiding hem begreep en hij kwam op een gegeven moment naar begeleiding toe met de emotiemeter als hij zich gespannen voelde. Op die momenten hielpen ze hem om even tot zichzelf te komen. Zonder veel praten, liepen ze met hem naar de keuken en gaven daarmee aan dat het oke was. In de keuken hingen we ook een planbord op met het verloop van de dag in pictogrammen.

Belangrijkste winst: de aanpassingen in de benadering zorgden er voor dat Joost begeleiding ging zien als hulp en bondgenoot als hij gespannen was. Het vertrouwen nam toe en op een gegeven moment kwam hij zelf hulp vragen door de emotiemeter te laten zien, waarop begeleiding voor dat het uit de hand liep, hem kon helpen rustig worden. Het planbord bleek ook een belangrijke informatiebron voor Joost, doordat hij kon zien hoe zijn dag er uit zag, werd hij rustiger. De incidenten namen af en Joost veranderde in een vrolijke man met vertrouwen dat hij er niet alleen voor stond als de spanning opliep.

JORIS

Joris is een jongen van 6 met een onbekend syndroom en een ernstige verstandelijke beperking.  Hij wil  graag mee in de auto, maar is de laatste tijd erg onrustig. Als zijn moeder hem komt halen van het dagcentrum, is Joris enthousiast; hij springt in de auto en kan niet wachten tot ze gaan.

Probleem: Joris wordt gedurende de rit onrustig, mopperig en hij begint zijn moeder te slaan. Moeder vraagt of ik mee wil denken over een oplossing.

Oplossing: uit het verhaal van moeder maak ik op dat Joris autorijden associeert met “naar oma gaan” en dat vindt hij erg leuk. Hij herkent de weg naar oma en weet dus dat er iets anders gaat gebeuren als moeder een andere weg neemt. Dan wordt hij onrustig en mopperig en lastig in de auto. Met dat gegeven gaan we aan de slag; we werken samen om van te voren in het dagcentrum al een voorwerp (een popje dat hij van oma gekregen heeft) te laten zien als ze naar oma gaan. Dit gebeurt drie dagen in de week, dus al snel zien we dat Joris reageert op het voorwerp. Moeder gaat vanaf dat moment variëren met de route naar oma en in het begin reageert Joris daar onrustig op. Na ongeveer een maand legt hij de link met het voorwerp en maakt het hem niet meer uit welke weg ze rijden. Hij weet dat hij naar oma gaat. De volgende stap is het introduceren van een voorwerp (het muntje voor het karretje) voor “boodschappen doen”. De ene keer krijgt hij het voorwerp voor oma, de andere keer het voorwerp voor boodschappen doen. Hij reageert het beste op het voorwerp voor oma, maar is minder onrustig als hij het andere voorwerp krijgt.

Belangrijkste winst: Joris heeft geleerd dat met de auto gaan verschillende doelen heeft en de weg er naar toe is minder belangrijk geworden omdat hij wordt voorbereid met een voorwerp. Nu zit Joris rustig in zijn stoel met het voorwerp in zijn hand en kijkt tevreden rond. Als het voorwerp vergeten wordt op het dagcentrum gaat Joris er nu zelf naartoe en komt met het popje naar begeleiding. Zo vraagt hij zelf bevestiging.

MAAIKE

Maaike , een meisje van 5 met spastische tetraparese at slecht, hield vaak haar mond stijf dicht en huilde veel. De ouders waren bezorgd over of Maaike wel genoeg voedingsstoffen binnenkreeg, het enige dat nog enigszins lukte waren danoontjes en ze vonden dat erg eenzijdig. Ze waren bang dat als het zo doorging, Maaike een PEG sonde zou moeten.

Probleem: rondom etenstijd hing er een gespannen sfeer; ouders maakten zich op voor weer een strijd en Maaike huilde veel en stribbelde tegen als ze een slab om kreeg. Na 5 happen proberen, waarbij Maaike haar mond stijf dichthield en haar hoofd afwendde, gaven ouders het op en pakten een danoontje zodat Maaike in elk geval iets at.

Oplossing: na observatie bleek dat Maaike niet met het gezin mee at, ze kreeg, voor iedereen aan tafel ging, eten en werd daarna voor de televisie gezet met een speeltje. Op dat moment kon Maaike de andere gezinsleden horen maar niet zien en dan begon ze te huilen.

Afwisselend aten vader en moeder snel hun bord leeg om dan naar Maaike te gaan. We zijn begonnen om Maaike samen met de anderen aan tafel te zetten. Het eten was nog geen doel, we wilden haar deel laten uitmaken van het eetgebeuren. Al snel bleek dat Maaike geïnteresseerd naar het bord van degene naast haar zat te kijken en probeerde erbij te komen. Op dat moment gaven ouders haar een hapje. In eerste instantie weigerde ze en daar werd ontspannen op gereageerd. Na een tijdje deed Maaike haar mond open en kreeg ze het hapje in  haar mond, waarop ze het proefde en weer uit haar mond werkte. Langzaam maar zeker wende Maaike aan het voedsel in haar mond en accepteerde ze het. Toen hebben we een eigen bordje neergezet voor haar. Als Maaike naar het bord van degene naast haar keek, deden ouders een hapje op een lepel en nodigde Maaike uit te helpen het in haar mond te doen.

Belangrijkste winst: Maaike maakt deel uit van het gezin tijdens het eten en eet met hulp haar bordje leeg. Ouders zijn niet meer bezorgd als Maaike weigert. Ze ontwikkelt steeds meer een eigen smaak maar wil wel nieuwe dingen proberen. Haar eetpatroon is gevarieerder, ze is blijer en ze heeft zelf de controle over haar eten.

MIEKE

Mieke is een vrouw van 20, met een ernstige verstandelijke beperking. Ze werd elke ochtend boos wakker en begon dan te mopperen, te bijten, te krabben en te slaan.  Vervolgens had Mieke de hele ochtend nodig om weer tot rust te komen.

Probleem: Het werd zo erg dat begeleiders niet graag meer naar binnen gingen om Mieke te wekken. Ze hadden afgesproken met zijn tweeën de kamer in te gaan en alles zo snel mogelijk af te handelen. Dit verergerde het gedrag en in het teamoverleg werd besproken wat een oplossing zou zijn. Na observatie bleek dat ze luid pratend met zijn tweeën binnenkwamen en direct het grote licht aan deden, terwijl Mieke nog in diepe slaap was. Ze trokken het dekbed van haar af en riepen “wakker worden”. Mieke schrok dan wakker en begon om zich heen te slaan. Begeleiding pakte haar dan vast en zette haar op de rand van het bed, als het Mieke lukte, beet ze één van de begeleiders. Zo begon elke dag met een strijd.

Oplossing: we zijn begonnen met het ochtendritueel aan te passen. Twee begeleiders gingen zachtjes de kamer binnen, deden een klein lampje aan en één van hen ging op de rand van het bed zitten. Ze zong een liedje en als Mieke wakker begon te worden, legde ze een hand op haar schouder. De andere begeleider was stilletjes aanwezig in de kamer om kleren klaar te leggen en in te grijpen als het nodig was. Als Mieke goed wakker was, werd ze uitgenodigd op te staan door lichaamstaal te gebruiken, begeleiding tikte zachtjes tegen haar been om haar te bewegen haar benen buiten het bed te steken, vervolgens werd ze geholpen om rechtop te komen zitten. Omdat begeleiding het spannend vond, nam het gedrag niet meteen af, maar het werd minder heftig. Langzaam maar zeker kreeg begeleiding er plezier in en nam de spanning af. Vanaf dat moment ontspande Mieke ook en ging het opstaan steeds beter.

Belangrijkste winst: Inmiddels wordt Mieke gewekt door één begeleider en verloopt het wakker worden en opstaan in een ontspannen sfeer. Na het douchen komt Mieke vrolijk terug in de kamer en ook het aankleden verloopt goed. Begeleiding legt de kleren klaar in de volgorde van aantrekken, als Mieke onder de douche staat en ze merken dat Mieke steeds meer initiatief neemt in het aankleden. Door haar tempo aan te houden, haar gelegenheid te geven de informatie te verwerken en haar tijd te geven te reageren, is Mieke veranderd in een vrolijke jonge vrouw die nog steeds zo af en toe uitprobeert. Begeleiding is niet meer gebeten maar krijgt zo af en toe nog een mep.

 

 

 

Nieuwsgierig?

Vul hier je naam en e-mail adres in en ontvang
5 gratis tips!

Nieuws

Aan de slag met overprikkeling!

23 september 2018

Waarnemen doe je met elk zintuig; je hoort, ziet, voelt, ruikt en proeft de hele dag door dingen. Daarnaast komt er ook informatie vanuit je lichaam; je hebt een hongergevoel, je hebt het warm of je bent slaperig. Al die signalen, ook wel prikkels worden door je hersenen verwerkt.

Dat is prima te doen als je, zoals de meeste mensen, over filters beschikt. Daardoor neem je alleen de dingen waar die voor jou van belang zijn.

 

Lees meer »

Meer nieuws >>